Vliegvissen op zoet water in Noorwegen  

Door Erik van den Hoek 

 

Dit artikel mag u, waarde aspirant Noorwegenganger, met serieuze aandacht lezen en op u in laten werken. De confrontatie met de werkelijkheid zal u zéér onthutsen, De schrille tegenstelling van de in de vakantiefolders afgebeelde plaatjes, de sterke verhalen met de ervaringen van landgenoten die compleet teleurgesteld terug keerden van drie weken noppes zal u doen overwegen de annuleringsverzekering aan te spreken. Nog even NIET doen !

Is Noorwegen geen eldorado voor de vliegvisser dan ?

Nee, beslist niet ! Wat wij onder eldorado verstaan is vaak van te hoog “Centre Parks” gehalte. Het is iets heel anders. Iets dat de meeste van ons helemaal niet kennen. Moeilijk, mystiek soms, onoverzichtelijk afgelegen dikwijls, onberekenbaar maar bijna altijd van een zuivere schoonheid die je doet huiveren. Het is Noorwegen, en daarmee is eigenlijk alles gezegd. Daar kunt u nog maar heel weinig mee. Dat realiseer ik me ook wel. Vandaar dit artikel waarin ik stap voor stap de voor Noorwegen elementaire zaken ga doornemen die uiteindelijk, op zeker moment, zullen leiden tot onvergetelijke momenten. Dat verzeker ik u ! Ik realiseer me tevens dat mijn visie helemaal niet de uwe hoeft te worden en zeker niet gelijk zal zijn met elke andere Noorwegenidolaat.  Zoveel ervaringen, zoveel meningen. Ik zal echter heel eerlijk zijn tegenover u. Er moeten nog namelijk nog heel wat hobbels genomen worden voordat er van gerichte en succesvolle vliegvisserij sprake is. Verwacht van mij ook niet dat ik vertel waar u exact moet gaan vissen. Daar heeft u namelijk weinig tot niks  aan. Er is immers water en vis genoeg. Beter is het om te weten hoe u er aan de slag zou moeten gaan. Verder vind ik dat het zelf uitzoeken van een water, de vismethode en dergelijke juist iets is wat u zelf moet beleven. Ik wil het u dan ook niet ontnemen. Het is een essentieel onderdeel van het grote avontuur dat vliegvissen heet. Dit hele stuk tekst is alleen maar geschreven als welgemeend hulpje voor onderweg. Richtlijnen dus, een raamwerk als het ware. Ik zeg u dan ook vast toe, om het nog warriger te maken,  dat bij alles wat ik ga schrijven de uitzonderingen altijd de regel kunnen bevestigen.

Oneindig veel water, ook oneindig veel vis ?

 

Noorwegen kent oneindig veel water. Meren, meertjes, rivieren, fjorden, beekjes en ga zo maar even door. Bij elkaar tienduizenden kilometers oever. Sla de kaart er maar eens bij open. Het overgrote deel van die oevers is onbereikbaar. En, neem nu van mij meteen aan dat de plaatsen waar u wel makkelijk kunt komen ( in de buurt van parkeerplaatsen, paadjes naar de pools e.d. ) nu precies NIET de plekken zijn waar de beste resultaten worden geboekt. U moet de eenzaamheid in om uw eigen plekje te zoeken. Doorgaans is er niemand die u er bij zou kunnen helpen, er is meestal geen hengelsportzaak of wat voor nederzetting dan ook in de buurt en hoogst zelden komt u een andere vliegvisser tegen. Dat is in elk geval al iets waar de meeste absoluut geen idee van kunnen vormen en niet of nauwelijks op voorbereid zijn. Het afleggen van (vele) kilometers in de volstrekte stilte, op zoek naar een pool met azende vlagzalm is, als u zich er wél op voorbereid, alleen al een avontuur van ongekende schoonheid. Afzien soms, vooral als resultaten uitblijven.

Ergens een kop soep of warme worst halen, een praatje maken zoals bij de forellenput, is hier werkelijk ondenkbaar. Kan maar zo zijn dat een tankstation, tientallen kilometers verderop de enige pleisterplaats is in de zeer wijde omgeving.

Rugzak mee dus. Daarover later nog wat meer.

Al die types water hebben ook nog eens een, soms dramatisch, verschillend karakter. Afhankelijk van de ligging ( Noord Oost Zuid of  West) in het land, afhankelijk van de hoogte boven zeeniveau, afhankelijk van waar het water vandaan komt,  afhankelijk van de gemiddelde watertemperatuur, afhankelijk van de mate van bevissing door beroeps en sportvisserij, de aanwezigheid of juist afwezigheid van bepaalde voedselsoorten en afhankelijk, het weer, het seizoen en nog  veel meer kleine dingetjes meer dat u gerust kunt zeggen dat bijna ieder water op de één of andere manier wel uniek is. Op zich al een complete studie waard. Bent u eindelijk bij zo’n water belandt dan kan het water (te)hoog staan, (te)laag staan, bruin zijn of er juist op dat moment ideaal uitzien. Dat laatste komt veel minder voor dan de meeste denken overigens ! Volg hiervoor dan ook nauwgezet de weersomstandigheden.

Dat alles maakt het al verdraaid lastig voor me om een indicatie te geven over hoe u er zou moeten vissen, wanneer je er moet vissen en natuurlijk waarmee. Toch ga ik dit wel proberen. Maar eerst moet ik aan u nog het e.e.a kwijt.

De meeste wateren in Noorwegen bevatten een wild of grotendeels wild bestand aan vis. Grofweg kun je zeggen dat dit vooral zalmachtigen ( beekforel, meerforel, vlagzalm, beekridder en Atlantische zalm) zal betreffen. Maar ook baars, snoek en witvis bevolkt Noorse meren en rivieren. Soms in zeer grote getale !

Het zijn doorgaans altijd stammen vis die zo’n water al eeuwenlang bevolken. Vissen met eigen gewoontes, trekjes en…noem het maar karakter. Vaak ook vissen die u niet ziet. Gewoonweg om dat ze daar op dat moment niet zitten ( elders wel natuurlijk maar waar “elders” ligt weet niemand je te vertellen). Ook vaak omdat we ze niet kunnen zien. Als u denkt vis te kunnen traceren op kringen en kolken op het water dan kan de teleurstelling groot zijn. Bijvoorbeeld omdat ze helemaal niet azen, op bodemvoedsel azen of juist alleen maar, en dan ook zeer uitbundig,  op uitkomende eendagsvliegen tussen 15.00 en 17.00. De rest van de dag ligt zo’n water er werkelijk morsdood bij.

Om een water, vooral een rivier, met wilde vis goed te kunnen “lezen” is veel ervaring nodig. De wateren zijn dikwijls beter bevolkt met vis dan het zich laat aanzien. Een pijnlijke les die ik nog steeds niet volledig heb geleerd. Na al die jaren niet. De voornaamste reden is gebrek aan tijd. Ook ik wil vissen en vangen in de drie, soms vier, weken dat ik vakantie vier. Ik kom al jaren aan één en de zelfde rivier en op één en dezelfde plek in één en het zelfde seizoen. Telkens tref ik het weer anders aan…………Wel weet ik intussen dat er oneindig veel vis zit.

Dat heb ik door schade en schande nu gelukkig vaak genoeg mogen ervaren. Maar het kost me meestal een dag of twee/drie om ze te vinden en de juiste techniek/tactiek uit te werken. Bij een goede voorbereiding is het zinvol je af te vragen welke vissoorten er in een bepaalde rivier aanwezig zijn. Dat is net zo belangrijk als je waadpak niet vergeten. Zo kan een water dat er gelikt uitziet om op vlagzalm te vissen in het geheel geen vlagzalm bevatten maar bijvoorbeeld zalm (!).  Een goede zalmrivier kan in het verder van zee gelegen deel juist weer mooie forel bevatten. U moet het maar weten !. Die info is alleen maar via de Noren zelf te ontfrutselen. Vraag je een Noor niets dan zal ie hoogstwaarschijnlijk het idee hebben dat je het zo ook wel naar uw zin hebt en u lekker laten doormodderen. Vraagt u een Noor om info dan blijkt zeer dikwijls dat ze daar heel ver in gaan. Meerdere malen werd ik zelfs uitgenodigd om mee te gaan en op die manier de kneepjes van een water te ervaren. Als u dan nog vis vangt ook zijn zij net zo tevreden en enthousiast als uzelf. Een Noor aan het water aantreffen is trouwens eerder een zeldzaamheid te noemen dan een gegeven. Zij kennen die plekken die wij niet weten namelijk wel.

 

Forel

 

Forel, ( Örret) en dan bedoel ik beekforel, vindt u praktisch in heel Noorwegen. Van Lapland tot aan de zuidkust dus. Het vissen in Lapland is overigens absoluut geen visserij voor de beginners onder ons. Hier zou ik wel een speciaal stuk aan moeten wijden om het goed en volledig te belichten. In onderstaande is om die reden Lapland buiten beschouwing gelaten.

Het aantal en formaat van de forel in Noorwegen wisselt enorm per water. Dat vraagt ook verschillende materialen. Daar kom ik later wel op terug. Grofweg kun je stellen dat in een bergstroompje forelletjes van maximaal 25 cm. “peuteren” met een # 3 hengel in feite net zo’n sport kan zijn als op een zwaar stromende grote rivier waar forel boven de kilo het uiterste vergt van een #6 combinatie.

Een groot diep meer met de vliegenlat belagen omdat er foto’s zijn van soms wel meter (!) grote forellen heeft meestal geen enkele zin. Deze worden, en dat staat er vaak niet bij,  met downriggers en pluggen gevangen stijgen doorgaans op geen enkele aangeboden vlieg. Dit zijn erg grote roofvissen die ook grote prooi waarderen. Ons standaard vliegvismateriaal is gewoonweg niet toereikend voor deze visserij.

Op andere meren kun je juist weer wel met een vliegenhengel aan de gang. Soms wadend vanuit de oever, dan weer beter vanuit een boot. Het type forel dat u dan vangt is een andere als dat van eerdergenoemde vissen. Niet biologisch gezien, maar de vis gedraagt zich gewoonweg anders. Voedselaanbod en dergelijke spelen daar een gecompliceerde rol in. Deze forellen worden een paar kilo zwaar maar eten zowel prooivis als insecten. Vreselijk mooie vissen om te vangen. Op de meeste grote rivieren in het oosten zitten ze ook. Hier worden ze vaak ’s nachts belaagd met muddlers en andere streamers.

Uit mijn ervaring kan ik melden dat wateren waarvan je overdag’s vol overtuiging constateert dat er uitsluitend “klein spul”zit in de avond en nacht er heel anders uit kunnen zien. Zo vis ik al jaren in de Atna waar ik ook altijd wel lekker kon vangen. Als u mij een jaar of twee geleden had gevraagd hoe groot de forellen er gemiddeld zijn dan had ik geantwoord met “ gemiddeld 1 pond”. Op een dag keerde ik zo tegen het donker terug na een heerlijke visdag.

Ik ontmoette er een Noor, Björn Rune, die juist zijn vistocht begonnen was. Hij viste er uitsluitend in de nacht en keerde doorgaans tegen drie uur in de ochtend terug. Ik wenste hem “skytt fiske” toe en voegde me weer bij m’n gezin. De volgende ochtend bleek dat hij een riante caravan op de zelfde camping bewoonde. Of ik even in zijn diepvries wilde kijken. Mijn klep viel open van verbazing omdat daar uitsluitend forellen tussen de 1 en 4 kilo in lagen. Prachtige, bijna zwarte, forellen met donkerrose vlees. Inderdaad….uit de Atna.

U begrijpt dat ik daarna meer en meer in de nachtelijke uren actief werd. Maar pas goed op. Aangezien er geen paden zijn moet je dus door de wildernis heen baggeren. Een groot gevaar voor valpartijen en schade aan hengels en/of waadpak.

Overdag’s zo’n parcours verkennen kan u echt een hoop ellende schelen.

Gelukkig is het zo rond juni en juli maar heel kort donker. En da’s mooi meegenomen als je er in de “nacht”op uit trekt. Augustus en september worden de nachten alweer langer.

Dat van die forellen in de diepvries is overigens iets waar u aan moet wennen in Noorwegen. De gemiddelde Noorse (vlieg)visser vist ook voor de pot. Hierbij moeten vooral de forellen het dikwijls ontgelden. Toch is in verreweg de meeste wateren het bestand aan vis kennelijk sterk genoeg om deze visconsumptie aan te kunnen. Meer vangen als ze kunnen en willen eten komt eigenlijk niet voor. Mij geeft het soms toch een beetje naar gevoel. Ik meen te constateren dat het catch & release idee overigens  steeds meer bij de Noorse vliegvissers aanslaat.

Nu moet men nog steeds de veel kwalijker en ordinaire “leegtrekkerij” van viswater door, met name, Duitse en Zweedse vissers aanpakken. Zij vissen met alle geoorloofde en ongeoorloofde vismethodes hun diepvries barstensvol om daarna terug te keren naar hun land. Er wordt geen onderscheid gemaakt in soort of maat. Ik ervaar het als diefstal van iets wat niet aan hen behoort. De Noren spreken er schande van. Tot op heden merk ik weinig van een krachtdadig optreden hiertegen van de Noorse overheid. Met walging en misnoegen zie ik ze dan weer bij de boot naar huis staan met hun diepvrieskisten op aanhangers. Gelukkig ken ik ook heel fijne Duitse en Zweedse vliegvissers die hier niets mee te maken willen hebben.

Terug naar de forel. In grote lijnen kun je dus zeggen dat veel water in Noorwegen forel bevat.

 

Fjellörret en Röye

 

In de vele hooggelegen en kristalheldere bergmeren is goed forel te vangen. De Noren noemen het Fjellörret, ofwel: bergforel. Daar, in de intense stilte, is een speciale “stam” van de beekforel actief. Het zijn wat lichter getinte vissen met bijna rood vlees. Vanwege de barre omstandigheden zijn het wat trager groeiende exemplaren die echter qua sportvis een waardige tegenstander vormen op wat lichter materiaal. Een bergforel van een kilo is al een hele knappe. Natte vliegen zijn, ook al vanwege het arme insecten leven daarboven (muggen uitgezonderd) verreweg favoriet. Sla ook de riviertjes en de beekjes die de meren onderling verbinden niet over. Vooral in de avond en nacht wil de vis daar wel eens op trekken op zoek naar voedsel.

In de zelfde meren komt dikwijls Röye, beekridder,  voor. Deze prachtig gekleurde beekridder zit in de zomer vaak op ( te ) grote diepte om voor de vliegvisserij interessant te zijn. Soms azen ze echter in de bovenste waterlagen en komt de vis binnen het bereik van de vliegvisser. Op beekridder vissen de Noren vaak in de winter; ijsvissen dus. Het is, ondanks de relatief geringe grootte, een gewilde consumptievis.

Uitzonderingen ook hier, sommige meren bevatten extreem grote forel en beekridder. Het zijn vaak grote en bijzonder diepe bergmeren die niet of nauwelijks door vliegvissers te bevissen zijn. Jaarlijks worden hier, al trollend met pluggen, vissen boven de 10 kilo gevangen.

Je mobiliteit kunt u interessant vergroten door een bellyboot mee te nemen. Houdt er wel rekening mee dat het water vaak extreem koud is. Warme kleding is, ook in de zomer, een must. Als regel kun je stellen dat hoe verder een meer gelegen is, hoe beter het visbestand. De Hardangervidda, een immens plateau met hier en daar ’s zomers ook eeuwige sneeuw ligt is  beslist de moeite van het exploiteren waard. Let wel op want ook daar dient men een geldige vergunning te bezitten. Deze is vrijwel altijd te koop bij tankstations en berghotels ( fjellstue ). Hier is ook de nodige info te verkrijgen hoe u er het best kunt komen. Een voettocht van enkele kilometers is eerder regel dan uitzondering.

 

Ik wil u wat vuistregels aanbieden die behulpzaam kunnen zijn bij het taxeren van zo’n water op grootte van de te verwachten vis. Let wel, het zijn slechts vuistregels.

Hooggelegen bergbeken en stroompjes                tot circa 1 pond

Laaggelegen beekjes                                              tot circa 1 kilo

Laaggelegen rivieren                                              in alle formaten tot circa 2 kilo

Grote brede laagland rivieren                                in alle formaten tot circa 4 kilo

Rivieren tussen grote en laaggelegen meren in alle formaten tot wel 6 kilo (paaitrek)

Hooggelegen bergmeren                                         tot maximaal 1,5 kilo soms ook groter

Laaggelegen meren                                                 alle formaten tot wel 10 kilo

Drukbevist water                                                     tot circa 1 pond, uitschieters mogelijk

Kleine meertjes ( tjern) in de bossen                     vaak verrassend , soms ook kilo+vis

Bovenloop zalmrivieren                                           in alle formaten, dikwijls ook kilo+vis

 

Met bovenstaande vuistregels kunt u een voorzichtige schatting maken. Hulp van lokalen blijft echter onontbeerlijk. Bij veel Noorse VVV’s ( turistservice) kantoren is gedetailleerde hengelsport info voorhanden. Kijk eens op de aangeplakte briefjes, Soms biedt iemand zich als gids aan. Beslist gebruik van maken ! Al is het maar een dag. Een andere bron van informatie vindt u bij de winkels van G-sport. Zij verkopen allerlei sportspullen waaronder ook (peperdure) vliegvisspullen. Men is altijd bereid je verder te helpen.

Opmerkelijk is dat de Noren zich ook wat meer aan de commerciële sportvisserij wagen. Hier en daar ontstaan plekken waar u, tegen betaling, op uitgezette regenboogforel mag vissen. Dit is kennelijk overgewaaid uit Denemarken waar deze manier van forellen vangen al jaren erg populair is. Hoewel ik er geen gebruik van maak heb ik er verder niets op tegen. Alleen is het gek als u plotseling in een water, waar ze helemaal niet voor horen te komen,  een grote verwilderde regenboog vangt. Het gebeurt me steeds vaker ! Er ontsnapt natuurlijk wel eens een visje uit een bassin of kwekerij…. Over het vissen op deze commerciële putten en meertjes ga ik verder niet in omdat het m.i niet behoort tot de vliegvisserij waarvoor men in principe naar Noorwegen trekt. En voor alle duidelijkheid. Regenboogforel is geen inheemse soort.

 

  Materiaal voor de forelvisserij

Voor het vissen op forel is geen exact maatwerk te leveren wanneer het om een goede hengelkeuze gaat. Het hangt namelijk sterk af van de omstandigheden waar u vist en hoe u vist.  Een willekeurige rivier kan er van dag tot dag geheel verschillend uitzien. De ene dag nog mooi stromend, de andere dag een woeste donkere en kolkende watermassa. Ook van invloed is de vlieg de u gebruikt. Een beetje streamer voor het vissen op grote(re) forel vergt in principe een andere keuze hengel dan een windstil meer waar u met droge vliegen aan de slag gaat. Het zelfde geldt voor de dikte van de leaders die u wenst in te zetten. Gemiddeld zou ik voor middelgrote tot grote rivieren een #6-7 adviseren met een tipdikte van in elk geval minimaal 22/00. Dit lijkt mischien aan de zware kant maar de praktijk leert dat u het veelal nodig zult hebben om de sterke vis uit de sterke stroming te halen. Ideale lengte is naar mijn smaak een of 9ft.

Ik gebruik ook wel eens een lichtere hengel, als de omstandigheden dat toelaten, maar hoogst zelden een lichtere hengel. Een 7,5 foots hengeltje in de #5 klasse kan in smal water met veel begroeiing z’n nut bewijzen. Op hooggelegen bergmeren maak ik een uitzondering en vis ik graag met een lange ( 9,5 ft) #4 hengel. De vis is hier zelden buitenproportioneel groot en kan in het heldere, obstakelvrije, water makkelijk uitgedrild worden.

De reel moet, behalve uw lijn,  absoluut minimaal 50 meter 20 ponds backing bevatten en een deugdelijke slipinstelling. Er zijn/komen dagen dat je deze heus nodig zult hebben. Hij kleiner het water is en hoe minder het stroomt, des te lichter kan de keuze van het materiaal zijn. Er kan in de meeste omstandigheden gewoon met een drijvende (WF-F) lijn worden gevist. Ik zorg wel altijd ervoor ook een paar zinkende leaders bij me te hebben. Zo vis ik een muddler op stromend water maar al te graag met een zinkende leader. Neem als u die heeft ook een goed zichtbare lijn ( geel/oranje) mee. Dat kan onder bepaalde lichtomstandigheden handig zijn, vooral bij het vissen met nimfen. Een groene lijn bijvoorbeeld kunt u in de schemer tamelijk lastig zien waardoor u vaak net te laat bent met het menden van de lijn. Gevolg is een worp met een incorrecte drift die geen vis zal opleveren.

Op heel zwaar stromend water kan een sinktiplijn, in combinatie met een streamer of nimf noodzakelijk zijn om op diepte te komen. Vissen in zwaar stromend water is een taaie bezigheid die veel fysieke inspanning vergt. Ik vind het althans niet de meest spectaculaire vorm van vliegvisserij. Maar ze kan zeker lonend zijn. De dril van een beetje forel in zwaar stromend water is daarentegen een zeer hevige ervaring !

Dat een waadpak een trouwens absolute must is en dat een neopreen uitvoering mijn voorkeur geniet moet u absoluut onthouden. Behalve veel loopwerk is het ook veel waadwerk. Lopen in een waadpak, en dan bedoel ik afstanden, kan ik u uit ervaring afraden trouwens. Neem het ding mee in de rugzak en trek ‘m aan waar u het water in wilt. De mooiste pools schijnen altijd verderop te moeten liggen ! Doorgaans is het water waarin u staat koud. Zelfs als het hoogzomer is kan het maar zo zijn dat je in smeltwater staat van slechts enkele graden. Neopreen biedt dan uitkomst. En dan nog liever 5 dan 3 mm. dik. Zeker als u nog niet al te veel ervaring heeft is een waadstok geen overbodige luxe. Op een dag bepaald het feit of je wel of geen waadstok hebt of je heelhuids, en met al je spullen, weer de oever bereikt. Dit “derde” been heeft mij, en dan heb ik toch al heel wat waadjaartjes achter de rug, menigmaal voor erger behoedt.

 

Vliegen voor forel

Een vrijwel onmogelijke zaak is het om u even een paar vangende vliegen te adviseren. Toch is de keuze van een kunstvlieg is bepalend voor wel/niet vangen. Uiteraard in combinatie met het juist serveren ervan op de juiste plek. Dan heb je direct al allerlei complicaties te pakken. Wat is (eigen)wijsheid ?

Forel pakt zowel droge vliegen, natte vliegen, nimfen en streamers. Doorgaans vangt men de grootste op streamers. Doorgaans ja….. Verleden jaar twee Zweden zien staan vissen op vlagzalm met caddisnimfjes op haak 14. Na een euforische dril landde één van hen, op zo’n zelfde klein nimfje, een prachtige bruine forel van net over de 3 kilo en bijna 70 centimeter. Dat zegt aan de éne kant niets en aan de andere kant heel veel. Het is dus niet zo dat je juist op grote bruine forellen scoort met het inzetten van dit caddis nimfje. Het zegt juist wel dat in feite het moment van groot belang is. Soms groter van belang dan allerlei doorgezaagde theorieën.

Noren vissen graag met een diversiteit aan natte vliegen. Ze zijn er absoluut succesvol mee. Ook worden jaarlijks veel forellen met droge vliegen en nimfen gevangen. De echte kanjers voeden zich doorgaans met visjes ( elrits en rivierdonderpadjes) waardoor voor hen de streamers in feite logisch gekozen zijn.

Gebruik uw ogen en oren goed. Uw ogen om te zien welke insecten er op het water aanwezig zijn en uw oren om er achter te komen op welke imitaties er door de lokalen gevangen wordt.

Eendagsvliegen, sedges, steenvliegen en muggen zijn dominant aanwezig. En dat geldt voor al de stadia van deze insecten. Bestudeer een water en pas het formaat en kleur van uw imitaties aan op hetgeen er aanwezig is. Blijf proberen en geloof in eigen kunnen. Experimenteer met leaders en lijnen om vliegen hoog of juist laag aan te bieden. In tegenstelling tot wat u wellicht gewend bent is het vissen met relatief grote vliegen hier geenszins bezwaarlijk. Sterker nog, ik beveel het juist zeer aan.

Toch maar, heel voorzichtig, wat vliegennamen dan. Ik selecteer een paar gedegen vangers uit eigen mijn eigen vliegendozen…..

 

Droog:            mayfly, yellow sally, rusty orange sedge, para adams, klinkhamer, mosquito, steenvliegimmitaties, derhair sedges ( nachtvisserij) Droge vliegen bind ik voor forel meestal op haak 10.

 

Nat:            Black (silver) zulu, Olsen, Invicta, butcher, teal & black, Heggeli, partridge & orange. Natte vliegen op haak 12 en 10

 

Nimf:            Black stonefly, Caddis pupa, Caddis larve, damselnimf, mayflynimf, phasant tail nimfen, allerlei goudkopjes, Tjechishe nimfen.

Nimfen tussen haak 14 en haak 6(!)

 

Streamer:            Muddler minnow, wooly bugger, marabou streamers en sculpin imitaties. Nachtvisserij met een black muddler kan ik u aanbevelen. Neem ze niet kleiner dan op een langstelige haak 10. Ik hou het dikwijls op een haak 6 of 8.

 

Vlagzalm

 

Hoewel veel Noren niet echt warm lopen voor de vlagzalm ( harr ) is het een vis die op een geweldige aandacht kan rekenen van juist de buitenlandse vliegvissers. Relatief veel Zweden, Duitsers en natuurlijk ook Nederlanders trekken naar het oostelijk deel van Noorwegen om daar in de wat tragere en brede rivieren de pools en pooltjes op te zoeken waar je ze aan kan treffen. Denk nu niet dat het er wemelt van de vliegvissers. Er is daar zo ontzaggelijk veel water dat u er gewoon nog heerlijk in uw ééntje, of met uw vismaat,  aan de slag kunt. Op een paar plekken na, en dat ziet u snel genoeg, is er dus geweldige vliegvisserij te beleven. Avonturiers onder ons ziet u nog wel eens per kano voorbij komen. Zij komen op plekken die nog vrijwel maagdelijk moeten zijn. Ik kan soms stikjaloers op hen worden.

Vlagzalmvissen kan bijzonder lonend zijn mits u de juiste technieken en de juiste plekken weet. Dat lijkt een open deur intrappen maar het is nu eenmaal zo. Voordeel van vlagzalm ten opzichte van forel is wel dat als je er eenmaal eentje vangt u op meer vis kunt rekenen. Ze zwemmen namelijk in scholen. Hoe groter de vis, hoe kleiner de school, dat wel. Verreweg het meest bekend zijn de Glomma, de Rena en de Trysilelva.

Ik noem ze met name omdat ik bijna garantie durf te geven dat je ze dáár kunt vangen. Bovendien zijn deze rivieren naar Noorse begrippen relatief makkelijk bereikbaar. Er loopt namelijk, vrijwel overal,  een weg langs. Een buitengewone luxe.

Let wel, het betreft hier meer dan 1000 kilometer oever (!)

Hoewel september de absolute topmaand is ( In 2002 had ik een visreisje met 16 man, volslagen leken en door de wol gewassen “profs” georganiseerd waar we in 5 visdagen meer dan 1200 maatse vlagzalmen vingen ) kunnen ook de andere zomermaanden prima vangsten opleveren. In veel water mag u zelfs tot het einde van het jaar doorvissen op vlagzalm. Dit terwijl medio september de forelvisserij verboden wordt i.v.m de paaitrek. De vlagzalm in Noorwegen wordt groot. Vissen van boven de 50 cm en zelfs exemplaren in de buurt van de 60 cm komen nog steeds voor. De gemiddelde grootte van een Noorse vlagzalm ligt al snel rond de 35/40 cm. Dit heeft consequenties voor het te gebruiken materiaal.

Nog even over de technieken dan. Absoluut het meest rendabele systeem is het vissen met verzwaarde nimfen. De Tsjechische methode is bijzonder effectief om de bodem van een pool helemaal af te schuimen naar vis. Verre worpen worden hierbij niet gemaakt. De snel zinkende nimfen worden binnen een straal van 5 tot 10 meter stroomopwaarts gepresenteerd. Daarna volgt een korte maar diepe drift. De beetverklikker is hierbij een handig hulpmiddel. Aanbeten scoort u dikwijls aan het einde van een drift op het moment dat de vlieg weer omhoog komt. Ik ga verder niet uitvoerig in op deze techniek omdat er al zat over geschreven is. Het is niet mijn favoriete visserij moet ik er eerlijkheidshalve bij zeggen. Gelukkig is het me nooit zo zeer te doen om grote aantallen vis. Meer de beleving als zodanig scoort bij mij hoog.  

Het vissen met droge vliegen is echter van een ongekende schoonheid. Daar loop ik echt warm voor. Zelfs bij relatief ongunstig weer is de vlagzalm bereid om een vlieg van het oppervlak te nemen. Ik heb nog steeds blaartrekkende visioenen van reeds lang voorbije vistochten waarbij, in het licht van de ondergaande zon, de mooiste aanbeten van mijn leven voorbij trekken. Subtiele visserij waarbij gerust wat lichter materiaal ingezet kan worden. Bijzonderheid is dat de Noorse vlagzalmen niet zo kinderachtig zijn als hun Duitse en Belgische soortgenoten. Ze pakken gretig vliegen van formaat.  Al wadend is het zaak te letten waar diepere plekken zitten. Benader ze voorzichtig en laat u niet foppen. In het schone water kunt u maar zelden de vissen zien zwemmen. Denk dus niet dat ze er niet zitten maar vis zo’n diepere plek altijd met aandacht af. Andere succesvolle plekken zijn het begin en het einde van stroomversnellingen. Een polaroid zonnebril kan ook hier weer zijn goede diensten bewijzen. Als u wat langer op een water vist zult u steeds meer activiteiten van azende vis gaan onderscheiden. U gaat, zoals men dat noemt, het water leren lezen.

 

Materiaal voor de vlagzalmvisserij

 

Ook hier speelt de persoonlijke voorkeur en ervaring natuurlijk een rol van betekenis. Zo vis ik op de grote oostelijke rivieren graag met een 9 foots #6. Dat lijkt mischien aan de zware kant maar ik zal het proberen uit te leggen. Er zijn  twee goede redenen voor . Allereerst is de vis best aan de grote kant en kost het met lichter materiaal veel meer moeite om een zwaar bokkende vlagzalm de hoofdstroom uit te krijgen dan goed is voor de vis. Het water lijkt niet zo hard te stromen, als u er in staat ervaart u direct dat dit juist wel het geval is, er komt een geweldige hoeveelheid water aan u voorbij met een meer dan behoorlijke kracht ( Vergeet uw waadstok dus niet ! )Ten tweede het feit dat je altijd grote en zware vis kunt verwachten die dergelijk materiaal beslist noodzakelijk maken. Het zal niet de eerste keer zijn dat tijdens het vissen op vlagzalm een grote forel de vlieg neemt.

Bij lagere waterstand, en dus ook mindere stroming kan een #5 of soms zelfs een #4 hengel worden ingezet. 
Die 9 ft blijft m.i een ideale lengte. Fanatieke nimfvissers ziet u trouwens steeds vaker met een pittige 10-footer aan het water verschijnen. Naar hun zeggen is die extra foot erg praktisch bij het menden van de lijn waardoor de nimf net wat langer diep blijft. Ik kan me er wel iets bij voorstellen.

Gezien de gestage stroming is het vissen met dunne leaderpunten een gewaagde onderneming. Uitgaande van gewoon tippetmateriaal is 16/00 het dunste waarmee ik vis. Let wel, ik vis met grote droge vliegen waardoor, als ik dunner materiaal gebruik, de leader zeker zal gaan krullen. Van ervaren nimfvissers weet ik dat ook zij maar hoogstzelden dunner vissen.

Op de reel, met backing en voorzien van een goede slipinrichting, kun je in vrijwel alle gevallen ook hier volstaan met een drijvende ( WF-F) lijn van corresponderende AFTMA klasse. Leaders zijn voor het vissen met droge vliegen en nimfen uiteraard verschillend. Voor wat betreft het vissen met nimfen is een lange leaderpunt noodzakelijk. Nimfvisserij gebeurt zelden of nooit met zinkende lijnen en leaders omdat de beetregistratie ervan te wensen overlaat.. Vaak vist met met twee nimfen en zal er dus een zijlijn aan geknoopt moeten worden. Voor het vissen met droge vliegen is de poly-leader een goede keuze. Hoe schuwer de vis, hoe langer de punt. Ook bij helder weer kan een langere punt het verschil maken tussen het wel/niet vangen van juist de grote exemplaren.

Vlagzalm wordt vaak weerhaakloos gevist. In dat geval is een landingsnetje niet noodzakelijk. In de andere gevallen is het raadzaam er wel eentje bij u te hebben. Een vlagzalm kan, als u ‘m eenmaal in de hand heeft, vreselijk sterk zijn en zich a.h.w. los draaien. Lastig als u de vis daarna weer moet binnenhalen en, wat veel erger is, beslist niet goed voor de kwetsbare vis.

 

Vliegen voor vlagzalm

 

Merkwaardigerwijs blijkt de Noorse vlagzalm aan een geheel andere lijn vliegen te vangen dan ik in andere Europese landen heb ervaren. Vooral de droge vliegen zijn hier absoluut een uitzondering op . Hans van Klinken, een beroemde Nederlandse vlagzalmfanaat, heeft dit al meerdere malen bewezen met specifieke vliegen voor de grote oostelijke rivieren. Wat altijd opvalt is het relatief grote formaat haakmaat dat hij inzet. Het duurde voor mij ook jaren voor ik de moed kon opbrengen om een emerger op haak 8 te water te laten. Maar…één ding is zeker, het werkt mirakels !

Voor wat de nimfen betreft ligt dat wat genuanceerder. Veel verzwaarde caddis imitaties worden gevist op haakje 12, 14 en 16. Toch zijn er ook hier een aantal patronen die opmerkelijk groter worden aangeboden. Gelukkig is het niet zo dat u doorgaans erg kinderachtig hoeft te zijn met de keuze van uw vlieg. Hieronder een keuze uit de vliegen die me al zoveel lol hebben verschaft.

 

Droog:            parachutevliegen zoals de  Adams, Klinkhamer, red tag, Hexe, super pupan, Europa 12 ( zweedse sedge imitatie) , deerhair caddis, mosquito, rusty orange sedge,  zwarte mier (foam), super pupan en de

Once and away ( emerger)

                        Voor vlagzalm meestal op haak 12. Klinkhamers zijn hierop een uitzon-dering. Die bind ik met een gerust hart op haak 10, 8 en zelfs 6 (!!)

 

Nat:            purple spider, green sedge, golden sedge, Olsen, Invicta,  partridge & orange en de lokale Glomma spesial. Natte vliegen op haak 10/12/14.

 

Nimf:            Caddis pupa, Caddis larve, Corixia,  phasant tail nimfen, double leg, sparkle pupa, double legs ,allerlei goudkopjes en natuurlijk Tjechishe nimfen. Nimfen meestal tussen haak 14 en haak 10)

 

Streamer:      Gerichte streamervisserij op vlagzalm is nauwelijks omschreven. In de nachtelijke uren kunnen, langs de ondiepe oevers, ook vlagzalm gevangen worden tijdens het streameren op forel. ( Zie de streamers aldaar ) Ik heb mijn grootste exemplaren op deze manier gevangen in het steke-donker. HEFTIG !

  Wat u verder nog zou moeten weten 

 

De regelgeving voor wat betreft vergunningen is relatief simpel. Zelfs de staatsvergunning ( Fiskeriavgiftskort) is in 2002 afgeschaft. Men hoeft dus alleen maar een vergunning ( Fiskekort) te kunnen tonen van de gene van wie het water is. Dat kan een particulier zijn maar meer voor de hand liggend is dat het water behoort aan een vereniging. Deze vergunningen zijn over het algemeen goed en gemakkelijk verkrijgbaar. Zo verkopen sportzaken, tankstations en bijvoorbeeld campings en hotels deze papieren. Dag, 3-daagse, week en/of maandvergunningen zijn in Noorwegen heel gewoon. De prijzen liggen zeer gunstig. Denk aan tussen de 10 en 20 euro per week (er gaan 0,14euro cent in één (1) Noorse kroon). Zeker als je veel in de Eifel of in de Ardense wateren vist vallen de prijzen in Noorwegen ongetwijfeld mee.

Als je daar nog eens bij neemt dat je dikwijls in een zeer groot gebied mag vissen dan kun je alleen maar zeggen dat het vliegvissen in zoet water gewoonweg (spot) goedkoop is. Uitzonderingen zijn rivieren waar regelmatig uitzettingen plaatsvinden ten behoeve van de hengelsport.

Controle op vergunningen is summier maar…………. bij het niet kunnen tonen van een juiste vergunning is het zeer diep in de buidel tasten geblazen. Men praat al snel over honderden euro’s !!! U wordt gezien als stroper. Verhalen over in beslag genomen visspullen zijn beslist niet verzonnen maar komen dus ook voor. Ook op de naleving van de op de viskaart gestelde regels wordt gecontroleerd. Niet naleven ervan, en let beslist eens op zaken als afval achterlaten, ondermaatse vis bij je hebben, vuur maken langs het water en bepalingen omtrent vliegen ( aantal /grootte/ weerhaak e.d ) brengen u ook zwaar in de narigheid. Het is maar dat u het weet. Als je er goed mee om kunt gaan ga je vanzelf wensen dat iets dergelijks in Nederland ook ( weer) zou bestaan.

 

Dat geldt ook voor de etiketten die Noorse vliegvissers hanteren. Het is hoogst ongebruikelijk en ronduit onbeleefd om binnen een straal van 30 meter ( jawel..) naast een andere vliegvisser in het water te stappen. Typisch Noors is het als u, duidelijk zichtbaar popelend, plaats neemt op een kei aan de waterkant. U was toch al veel eerder opgemerkt dan u dacht hoor. Tot uw niet geringe verbazing zult u zien dat verreweg de meeste Noren na verloop van enige tijd uit zich zelf het water uitkomen, een uiterst vriendelijk en educatief praatje met u houden over hun bevindingen tot dusver en u vervolgens vriendelijk uitnodigen om hun plek in te nemen. Voel u niet dan bezwaard, knik eveneens vriendelijk en ga beslist op het aanbod in. De betreffende Noor zal u gade slaan vanaf de kant en absoluut meegenieten bij elke vis. Daarna stuivertje wisselen natuurlijk. Soms ziet u dan, tot uw pure verbazing,  dat ze gewoonweg verdwenen zijn. Dit is geen nonsens maar pure werkelijkheid. Ik kan me er nog steeds, na al die jaren, over verbazen.

Het gekke is dat Noren,veel minder als andere Europeanen, scheutig zijn met het laten zien met welke vlieg ze succes hebben.

Als u zich aanpast aan de regels van het land waar u te gast bent, respect toont, zult u er waarschijnlijk net als ik rijke en warme contacten overhouden. Dat is iets wat ik met grote stelligheid durf te beweren. Eén waarschuwing echter: Biedt men u ooit een glaasje “lampeolje” aan, weet dan dat dit zelfgestookt alcohol betreft dat reuze koppig is wanneer het in thee, koffie of limonade aan u geserveerd wordt.

De aanwezigheid van muggen is iets wat vaak erg overdreven wordt. Zeker, ze zijn er aanwezig. En, dat moet ook gezegd, dikwijls in grotere getale dan dat wij gewent zijn. Zo lang u Lapland ( Noord Noorwegen ) in de zomer mijdt kan er, met behulp van wat inheemse middelen, heel goed wat aan gedaan worden. Myggstop en Radar zijn beproefde middelen die je prima beschermen tegen dit ongedierte. Een muskietennetje om je pet/hoedje maakt je praktisch onbereikbaar voor deze insecten. Veel lastiger zijn de minimugjes die ze daar “trips” noemen. Deze tref je gelukkig alleen maar hinderlijk aan bij vrijwel windstil weer.

 

De Noorse natuur is overweldigend. Elanden, herten, rendieren, beren ( oost Noorwegen) wolven, vossen, veelvraten, arenden, gewone vogels, otters en bevers zijn er nog “vanzelfsprekend” aanwezig. Het kost u dan ook vast geen moeite om dat zo te laten. Afval achterlaten is iets wat geen enkele Noor zal waarderen. Hij zal het wel, en die schande wilt u vast niet beleven, het voor u opruimen. Om te laten zien aan anderen hoe het was is een camera ( digitaal/foto/film ) m.i een onontbeerlijk item om bij je te hebben. Mijn opgebouwde collectie beelden doet me nog regelmatig zwijmelen. Buiten zijn in Noorwegen is een belevenis op zich.

Er zitten echter voor ons verwende stadsmensen wat onaangename trekjes in dit immense oerland. Weersomslag ( het kan OOK in juli sneeuwen !!!! ) , onbegaanbaarheid van terrein, verdwalen en het gebrek aan iets waar je kunt schuilen of eten stellen eisen aan je uitrusting en kleding. Neem altijd een rugzakje mee met een extra tui, regenkledij drinken, eten, lucifers en als het half kan een GSM telefoon. Je kunt in heel Noorwegen gebruik maken van je GSM mits je een abonnementstoestel bezit ! Ga je echt de bergen is dan per definitie nooit alleen gaan. Zeker niet als je niet getraind bent in het buitenleven ( friluftsliv). Als extra’s  is dan goed kaartmateriaal en een kompas beslist geen overbodige luxe. Laat anderen weten dat je gaat en wanneer je terug denkt te komen. Eén en ander vindt je ook terug in de 10 “fjellregler” ( soort 10 geboden voor de bergwandelaar) die je bij een turistinfo kunt opvragen. Wat je beslist moet weten is dat als een Noor je zegt dat u nog een mil lopen moet, dit op 10 kilometer slaat. De Noorse mijl ( mil) is namelijk 10 kilometer !

Open vuur in de natuur is in principe verboden in het zomerseizoen. Vissers staat men oogluikend toe een bescheiden kampvuurtje te maken aan de oever van het water en op een veilige plek. Heerlijk om tijdens een moment van rust even op te warmen, iets te bakken of gewoon voor de gezelligheid. Zorg als je weg gaat dat het vuur echt uit is. Een bosbrand is snel fataal groot en het duurt tijden voordat er hulp ter plaatse is.

 

U moet dus, al met al,  een beetje avonturier zijn als Nederlandse vliegvisser in Noorwegen. Met schade en schande, een flinke portie doorzettingsvermogen, inzicht en geduld zal het uiteindelijk zijn dat je momenten meemaakt die op uw netvlies gebrand blijven staan. Wellicht treffen we elkaar nog eens op een mooie woeste stek aan één van de vele Noorse meren, beken en rivieren.

 

Skytt Fiske ( goede vangst )

 

 

 

  Erik de Noorman